Kies de methode die past bij de dikte van je vlees en de apparatuur die je gebruikt. Iedere gids bevat een stappenplan, fouten en temperatuuradvies.
De klassieke methode voor een diepe korst en volledige controle.
Werk met een directe en indirecte zone voor korst én controle.
Een gelijkmatige methode met weinig spatten, maar minder uitgesproken korst.
Gaar exact op temperatuur en schroei daarna zeer kort voor een korst.
Wil je minder gokken? Bekijk eerst de kerntemperatuurgids en haal het vlees enkele graden vóór de gewenste eindtemperatuur van de hitte.